Door verder te gaan, ga je akkoord met het gebruik van cookies, inclusief cookies van derden. Meer info

Aanvaarden

De musea gaan weer open: herontdek de collecties van de Brusselse musea door de ogen van de conservators #2!

Het menu tonen/verbergen
(c) ADAM

Flitsende auto's, futuristisch design, verfijnde art-nouveaulijnen, unieke dinosaurusskeletten en confronterende hedendaagse kunst... De Brusselse musea hebben meer dan één verrassing voor jou in petto! Ter gelegenheid van de heropening zijn enkele Brusselse conservatoren, kunstenaars en curatoren de uitdaging aangegaan om uit de veelzijdige collecties hun favoriet stuk van het moment te kiezen. Vaak gaat het om een werk, een plek of een object dat de geest van hun instelling belichaamt.

Krijg jij ook zo’n zin om al die pareltjes te ontdekken?

Gepubliceerd op 28/05/2020

 ADAM – Brussels Design Museum

"De swinging sixties zijn een perfecte illustratie van de dialoog tussen design en sciencefiction, die in dat tijdperk een nieuwe dimensie kreeg. Wonen als in een ruimteschip werd de nieuwe trend. Deze cabine met zijn resoluut futuristische uitstraling lijkt recht uit Stanley Kubrick's ‘2001, A Space Odyssey’ te komen, en belichaamt de invloed van de verovering van de ruimte op het interieur. De Isolation Sphere is een gesloten en modulaire ruimte, uitgerust met de aansluitingen en kabels die nodig zijn voor de installatie van een televisie, stereo-installatie en telefoon. Het is ook een innovatief meubelstuk met de allerlaatste snufjes op het vlak van de toenmalige virtuele technologie. Meubels kunnen nu ook worden gebruikt om de ruimtes van een huis opnieuw te definiëren, niet alleen om ze in te richten."

Maurice-Claude Vidili, ‘Isolation Sphere S2’, 1971, GRP, gemengde techniek, Les Plastiques de Bourgogne, FR. 

De keuze van Arnaud Bozzini, directeur van ADAM.

“Deze cabine met zijn resoluut futuristische uitstraling lijkt recht uit Stanley Kubrick's ‘2001, A Space Odyssey’ te komen, en belichaamt de invloed van de verovering van de ruimte op het interieur.”

Arnaud Bozzini, directeur van ADAM

BOZAR

Keith Haring-affiche-Act up

Keith Haring engageerde zich als activistische kunstenaar voor verschillende belangrijke maatschappelijke thema’s. Met deze affiche, die hij ontwierp voor de LGBTQ-activistengroep ‘Act up’, droeg hij bij aan de bewustmaking rond het aids/hiv-virus dat in de jaren ’80 in New York lelijk huis hield. Met zijn kenmerkende kleurrijke figuren en iconische beeldtaal slaagde hij erin om sterke beelden te creëren die deze problematiek uit de taboesfeer haalden. De schijnbaar eenvoudige slogan ‘ignorance = fear, silence = death’ zegt alles, en is bovendien vandaag in corona-tijden weer helemaal relevant.  

“Ik vind het ongelooflijk om te zien hoe Keith Haring ook in 2020 nog steeds zo populair is, bij jong en oud. Voor veel kinderen en jongeren is dit misschien hun eerste ervaring in een museum, niet slecht toch om zo kennis te maken met kunst? Tijdens de lockdown kregen we veel berichten van mensen die hoopten om toch nog de expo van Keith Haring te kunnen bezoeken. Na deze moeilijke periode zijn we zo blij dat we onze deuren opnieuw kunnen openzwaaien en ons publiek weer kunnen vergasten met hoop en een glimlach.”

Ignorance = Fear / Silence = Death 

De keuze van Sophie Lauwers, directrice BOZAR Tentoonstellingen 

“Ik vind het ongelooflijk om te zien hoe Keith Haring ook in 2020 nog steeds zo populair is, bij jong en oud. Voor veel kinderen en jongeren is dit misschien hun eerste ervaring in een museum, niet slecht toch om zo kennis te maken met kunst?”

Sophie Lauwers, BOZAR

Autoworld

HONDA NSX 1990

“De bovenverdieping van Autoworld, waar modernere en competitiewagens staan, werd in de voorbije weken grondig opgefrist. De auto’s die er staan komen nu beter tot hun recht, en er zijn er enkele bij die dat zeker verdienen. 

Zoals de rode Honda NSX, die al enkele jaren onze gast is. Deze wagen dateert uit de tijd dat Honda voor de tweede keer actief was in de F1 en verschillende wereldtitels binnenhaalde met McLaren-Honda, in 1989 met Alain Prost, en in ‘90 en ‘91 met Ayrton Senna. Die laatste werkte ook actief mee bij de ontwikkeling van de NSX. De Japanse constructeur bouwde met de NSX een concurrent voor de Ferrari 328 en later 348, even snel, maar betrouwbaarder.  

Hij kwam in 1991 op de markt en bleef onder deze vorm in productie tot 2005. De auto heeft een centraal dwarsgeplaatste motor en het koetswerk is geïnspireerd op de lijnen van een moderne straaljager, meer bepaald op de F16. Een uitstekende auto, maar hij haalde nooit de supercar-status: hij had slechts een V6 motor en geen V10 of V12, en hij wekte weinig emoties op - sommigen noemden hem zelfs banaal - maar het is wel een efficiënte machine. Het lijdt geen twijfel dat hij een van de inspiratiebronnen was voor de Ferrari F355.” 

HONDA NSX, 1990

De keuze van Leo Van Hoorick, curator bij Autoworld

WIELS

Wiels-Wolfgang Tillmans

"De tentoonstelling in WIELS werd samen met Devrim Bayar en Dirk Snauwaert opgezet, en staat volledig in het hier en nu. Er is geen chronologische volgorde, en de opstelling staat los van de logica die je gewoonlijk in een retrospectieve terugvindt. Deze vrijheid heeft er wellicht voor gezorgd dat enkele van mijn oudere werken hun weg hebben gevonden in de context van mijn nieuwer werk."

Wolfgang Tillmans, 25.05.2020 

BELvue museum

De zetel van het Huis Winssinger, Victor Horta, 1894-1897 

"Op zeer jonge leeftijd was ik al een grote art-nouveaufan. Ik kocht mijn eerste stuk op een veiling toen ik 17 was. Het was een set olie- en azijnpotjes in art-nouveaukristal. Ik werd er meteen verliefd op. Uit onze collectie koos ik de zetel van het Winssingerhuis, ontworpen door Victor Horta, een sleutelfiguur uit de art nouveau op Europees niveau.  Dit meubel komt uit het herenhuis dat hij ontwierp voor de ingenieur Camille Winssinger. Voor een art-nouveauarchitect zijn interieur en exterieur een en hetzelfde totaalkunstwerk. In de eetkamer bijvoorbeeld vormen het imposante glas-in-loodplafond, de wandbekleding en het meubilair een harmonieus en elegant geheel. Alles is tot in de puntjes verzorgd. De opengewerkte zetel is luchtig, en wordt gekenmerkt door een dynamisch lijnenspel. Structuur en versiering zijn in perfecte harmonie."  

De zetel van het Winssingerhuis, Victor Horta, 1894-1897 

De keuze van An Lavens, directrice van het BELvue Museum

"Op zeer jonge leeftijd was ik al een grote art-nouveaufan. Ik kocht mijn eerste stuk op een veiling toen ik 17 was. Het was een set olie- en azijnpotjes in art-nouveaukristal. Ik werd er meteen verliefd op.”

An Lavens, musée BELvue

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Rembrandt is een van de meest toonaangevende kunstenaars van de ‘Hollandse gouden eeuw’, een periode tussen het einde van de 16de en het einde van de 17de eeuw. Dit portret van de rijke Amsterdamse lakenhandelaar Nicolaes van Bambeeck is de evenknie van dat van zijn vrouw, Agatha Bas. Beide portretten hebben hetzelfde, in trompe-l’oeil geschilderde ebbenhouten kader. Rembrandt speelt subtiel met de derde dimensie door de modellen uit hun fictieve kader te laten komen. Dit wekt bij de toeschouwer de illusie dat hij de ruimte deelt met die van de modellen. Oorspronkelijk sloot het geschilderde kader wellicht aan op een echt kader dat verloren is gegaan. Nicolaes van Bambeeck kijkt de toeschouwer recht in de ogen met een gedistingeerde en zelfverzekerde blik. Rembrandts beheersing van de techniek kennende, mogen we aannemen dat hij het model heel realistisch weergaf, net als de kledij, want hij had oog voor de kleinste subtiliteiten in de materie. Ook het voor Rembrandt zo belangrijke spel van contrast en licht komt hier schitterend tot uiting. Hij maakte dit portret in hetzelfde jaar als zijn beroemde ‘Nachtwacht’ (1642).”

Rembrandt Harmenszoon van Rijn, portret van Nicolaes van Bambeeck, olie op doek

De keuze van Michel Draguet, hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Coudenbergpaleis

Coudenbergpaleis  - De Aula Magna :

“De Aula Magna was de grote zaal van het Coudenbergpaleis dat vanaf de 12de eeuw op de Coudenberg werd opgetrokken. De uitzonderlijk grote zaal (een open ruimte van 640m2) werd tussen 1452 en 1460 gebouwd op vraag van de hertog van Bourgondië Filips de Goede, maar op kosten van de stad Brussel. De stad was erop gebrand om het Bourgondische hof aan te trekken, dat gold als een van de rijkste en meest spilzieke vorstenhuizen uit die tijd. De Aula Magna was het toneel van uitzonderlijke gebeurtenissen in de Europese geschiedenis: diplomatieke ontmoetingen en banketten, rechtspraak over een groot en machtig territorium, en de meerderjarigverklaring (1515) en troonsafstand (1555) van keizer Karel V. Na een verwoestende brand in de winter van 1731 verdwenen het paleis en zijn grote feestzaal op het einde van de 18e eeuw uit het landschap. Dat gebeurde ten voordele van de reorganisatie van de koninklijke wijk, onder impuls van Karel van Lotharingen. Zo verdwenen de restanten van het paleis onder de grond.”

 

De keuze van Frédérique Honoré, directrice van het Coudenbergpaleis 

Museum voor Natuurwetenschappen

“Het verhaal begint eind maart 1878 in de Sint-Barbaramijn in Bernissart. Mijnwerkers waren er 322 meter onder de grond een gang aan het graven. Toen ze op een met klei gevulde verzakking stootten besloten ze om er dwars doorheen te graven… Na enkele dagen vonden ze iets dat leek op met goud gevulde boomstammen. Het waren echter iguanodonbeenderen waarin pyriet zat, een goudglanzend mineraal! Op 12 april 1878 werd het Koninklijk Natuurhistorisch Museum van België per telegram op de hoogte gebracht van de vondst. Het werd een wereldpremière: mijnwerkers ontdekten een dertigtal iguanodons in een kolenmijn in het Belgische Bernissart. Deze dinosaurusskeletten waren niet alleen vrij volledig, maar de beenderen zaten bovendien op de juiste plaats. Zodra ze in ‘levensechte’ houding opgesteld stonden, kwamen mensen van overal om ze te bewonderen. Deze verzameling iguanodons is zo groot en zo uitstekend bewaard, dat ze nog steeds de mooiste van de hele wereld is!”

 

De iguanodons van Bernissart

De keuze van Kareen Goldfeder, afdeling Marketing & Branding van het Museum voor Natuurwetenschappen